De Basis

Hechting en Trauma

NIKA Interventie

NIKA is een door het Nederlands jeugdinstituut (NJI) erkende interventie ter voorkoming of vermindering van problematische gehechtheid. Het is in principe bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 9 maanden tot 6 jaar die een verhoogd risico lopen op gedesorganiseerde hechting of signalen laten zien van verstoord hechtingsgedrag. (zie ook website NJI, www.NJI.nl erkende interventies). Inmiddels zijn er ook positieve ervaringen met de behandeling bij oudere kinderen. In het algemeen zal de behandeling dan iets langer duren vanwege meer ingesleten negatieve interactiepatronen tussen ouder en kind.

NIKA is ontwikkeld door: Draaisma, A.K., Zuidgeest, K. (2014). NIKA Interventie ter voorkoming of vermindering van problematische gehechtheid.

NIKA is een kortdurende cognitief gedragstherapeutische interventie die gebruik maakt van video feedback. Dit verloopt volgens protocol maar wordt afgestemd op het specifieke ouder-kind paar. De interventie richt zich op het veranderen van het gedrag van opvoeders.

NIKA is gebaseerd op de gehechtheidstheorie van Bowlby en Ainsworth en op de resultaten van recente empirische studies naar ontwikkelingstrajecten leidend tot gedesorganiseerde hechting.

Empirische studies hebben aangetoond dat specifieke oudergedragingen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van  een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie. Het gericht afleren van gedragingen die een verstorend effect hebben op de hechtingsrelatie in combinatie met het versterken van de ouderlijke sensitiviteit leidt tot afname van het verstorende opvoedgedrag en verkleint daarmee de kans op het ontwikkelen van gedesorganiseerde hechting.

Het hoofddoel is het voorkomen of verminderen van psychische en gedragsproblemen bij het kind (op latere leeftijd) als gevolg van gedesorganiseerde hechting. Dit wordt bereikt door het elimineren dan wel verminderen van verstorend opvoedgedrag en het aanleren van sensitief opvoedgedrag, waarbij de ouder de signalen van het kind adequaat interpreteert en hier direct en passend op reageert. Hierdoor wordt een gedesorganiseerde hechting bij het kind voorkomen of het risico daarop verminderd.

De aanpak is kortdurend (gemiddeld 5 sessies) met een duidelijke focus op opvoedgedrag. De ouderlijke sensitiviteit wordt bevorderd door middel van videofeedback. Hierdoor worden de observatievaardigheden van ouders en zijn empathie voor het kind gestimuleerd. Verstorend opvoedgedrag wordt eveneens herkend door middel van videofeedback. Er wordt gericht ingezet op het afleren van verstorend opvoedgedrag van ouders. Daarnaast krijgen ouders psycho-educatie met concrete handvatten over wat een kind nodig heeft om een veilige gehechtheidsrelatie op te bouwen en welke stappen ouders daarin kunnen zetten. Ouders krijgen huiswerk om de transfer naar de dagelijkse opvoedsituatie te bevorderen.

In de handleiding behorende bij NIKA (Draaisma en Zuidgeest, 2013) wordt de interventie theoretisch onderbouwd en is een protocol opgenomen die richting geeft aan het handelen van de professional tijdens de interventie. Tevens zijn er werkbladen en huiswerkopdrachten voor ouders beschikbaar ter ondersteuning van de transfer van het geleerde naar de thuissituatie.

Ten behoeve van de behandelintegriteit wordt gebruik gemaakt van het NIKA bouwstenen formulier, waarin de werkzame elementen van NIKA zijn weergegeven. Voor de procesevaluatie wordt daarnaast gebruik gemaakt van de doelrealisatie, het cliënttevredenheidsformulier en de voor- en nametings resultaten van de onderzoeksinstrumenten die tijdens NIKA zijn afgenomen. 

Na afloopt van de diagnostiekfase volgt er verslaglegging.

Na afloop van de behandelfase volgt er een eindverslag.


Opzet van de interventie

De vier fasen waaruit NIKA bestaat

1. Voormeting Aanmelding

Intakegesprek

Afname en interpreteren onderzoeksmiddelen:

- vragenlijst verstoord hechtingsgedrag (AISI)

- Ouder- kind spelobservatie met AMBIANCE of DIP en lijst sensitief opvoedgedrag

- Interview reflectief vermogen (WMCI-D)

Feedback gesprek

2. Interventiesessies, 1 0f 2 wekelijks maken en terug bespreken van video observaties

Geven en nabespreken van huiswerkopdrachten ongeveer 5 keer 45 min voor het maken en selecteren van de beelden en 4 keer 45 minuten voor de terug bespreking

3. Nameting Afname en interpreteren onderzoeksmiddelen:

- vragenlijst verstoord hechtingsgedrag (AISI)

- Ouder- kind spelobservatie met AMBIANCE  of DIP en lijst sensitief opvoedgedrag

4. Afsluiting Bespreken resultaten nameting, afspraken voor een eventuele follow/up of doorverwijzing

Cognitieve herstructurering.

Optioneel binnen de interventie is zogenaamde cognitieve herstructurering. Met deze techniek uit de cognitieve gedragstherapie wordt gewerkt als het aanleren van sensitief opvoedgedrag belemmerd wordt doordat de ouder ernstig verstoorde interpretaties heeft van het gedrag van het kind. Wanneer cognitieve herstructurering wenselijk of passend is binnen de interventie dan zal dit expliciet met de cliënt besproken worden. Daarnaast zal dit pas na overleg met de gemeente of het sociaal wijkteam ingezet kunnen worden. Hieraan zijn aparte tarieven verbonden.